Eenvoudig achteraf betalen met Klarna

Veilig en eenvoudig achteraf betalen met Klarna

Tweede druk nu verkrijgbaar in pre-order — beperkte oplage beschikbaar

In winkelmandje

Jouw winkelmandje is leeg

De Rapley-methode is genoemd naar Gill Rapley, een Britse verpleegkundige en voedingsonderzoeker. Zij onderzocht voedingspatronen bij jonge kinderen en ontdekte dat baby’s vaak veel beter zelf kunnen ontdekken hoe ze vast voedsel kunnen eten, als je ze daar de kans voor geeft. Rapley vond dat het aanbieden van stukjes voedsel vanaf het begin de natuurlijke nieuwsgierigheid en ontwikkelingscapaciteiten van baby’s ondersteunt, veel meer dan het traditionele pureren en voeren met een lepel. 

De Rapley-methode is een manier om je baby vast voedsel te laten ontdekken door er direct zachte, hap- en vast te houden stukjes aan te bieden, zonder eerst te pureren of met een lepel te voeren.

In plaats van traditioneel op de lepel gevoerd te worden, krijgt je baby:

  • Stukjes groenten en fruit die makkelijk vast te pakken zijn.
  • De vrijheid om zelf te bepalen wat, hoeveel en in welk tempo hij eet.
  • De kans om eten met zijn eigen handjes te verkennen, proeven en uiteindelijk te eten.

Zo leert je baby spelenderwijs en met al zijn zintuigen wat eten is, van voelen en kijken tot proeven en kauwen. Deze aanpak staat ook bekend als Baby-Led Weaning (BLW). 

Hoe werkt het in de praktijk? 

  • Begin met vaste voeding rond 6 maanden, wanneer je baby goed rechtop kan zitten en interesse toont in eten.
  • Snijd de recepten uit dit boek in stukken die je baby makkelijk zelf kan vasthouden, ongeveer ter grootte van een volwassen vinger.
  • Leg het eten op tafel of op een bordje, zodat je baby het zelf kan pakken.
  • Laat je baby zelf beslissen wat hij wil pakken, onderzoeken en in zijn mond stoppen.
  • Blijf altijd bij je baby tijdens het eten. Wel zo veilig.

De meeste baby’s zijn rond de 6 maanden klaar om te starten met hapjes. Let niet alleen op de leeftijd, maar vooral op de signalen van je kindje. Je baby is er meestal klaar voor als hij of zij:

  • Zelfstandig rechtop kan zitten (eventueel met minimale ondersteuning).
  • Interesse toont in eten.
  • Eten naar de mond kan brengen.
  • De tongstootreflex grotendeels kwijt is.

Eten is geen wedstrijd. Het ene kindje eet al snel grote stukken, het andere onderzoekt vooral met de handen of mond. Dat is allemaal onderdeel van de ontwikkeling. Door zelf te eten leert je baby:

  • Zijn motoriek te ontwikkelen.
  • Verschillende structuren kennen.
  • Luisteren naar honger- en verzadigingsgevoel.
  • Zelfstandig eten en vertrouwen op eigen tempo.

Vergelijk je kindje niet met anderen. Volg je gevoel en kijk vooral naar wat jouw baby laat zien. Eten mag rommelig zijn en het mag langzaam gaan. Zie het niet als “eten moet erin”, maar als samen gezellig aan tafel.

Tot slot: maak het jezelf niet te moeilijk. Je hoeft echt niet elke dag uitgebreid te koken of alles zelf te maken. Of je nu verse groenten stoomt, een kant-en-klaar potje gebruikt of gewoon een banaan aanbiedt: alles is prima.